SVEN ORNELIS

Vragen

Veelgestelde vragen

Hier krijg je antwoorden op de meeste van je vragen over Sven Ornelis.

Klopt het dat je Michael Gorbatsjov je eerste manager noemt?

Sven: Ik heb dat inderdaad wel eens in interviews gezegd. Met een glimlach. Maar er is wel iets van waar. Ik was immers vijftien en ik schreef van op het internaat een brief aan Gorbatsjov. Het was midden in de periode van Glasnost en Perestrojka, en als vijftienjarige vond ik het prachtig dat na decennia koude oorlog er eindelijk wat warmte kwam tussen het Westen en het Oostblok. Gorbatsjov schreef, tot ieders verbazing een brief terug waarin hij zei dat mijn gedachten over toenadering en vrede mooi en waardevol waren. Ik kreeg de brief uit de handen van de Sovjet-ambassadeur onder het oog van wel zeven camera’s. Die week werd mijn verhaal wereldwijd nieuws. Best overdonderend voor een vijftienjarige. Later mocht ik de wereldleider persoonlijk ontmoeten, ik was zeventien. We hebben drie kwartier gepraat over politiek en godsdienst en vrede en geluk. Dat was ook weer groot nieuws. Dat ik op die manier in de picture kwam hielp me alleen maar om ook in de media gelanceerd te raken.

Maar Michel Follet heeft je echt gelanceerd op de radio?

Sven: klopt. Follet had me geïnterviewd naar aanleiding van de Gorbatsjov-brief en ik vertelde hem dat ik later ook voor de radio wou gaan werken, ik was als kind namelijk al erg gefascineerd door radio. Follet zag wel wat in die jonge ambitieuze snuiter, ook al moest ik alles nog leren. Michel heeft me vervolgens opgeleid, beetje bij beetje. Toen ik achttien was mocht ik in de zomer zijn programma “Dag en Dauw” vervangen op radio 2 en zo is alles begonnen. In de beginjaren vonden mensen me zelfs een beetje een imitator van Michel, maar later heb ik toch geleerd een eigen stijl te ontwikkelen, denk ik. Maar ik blijf Follet eeuwig dankbaar?

Hoe ben je eigenlijk met schrijven begonnen?

Sven: Gewoon met opstellen in de klas zeker, zoals elk kind. Ik hield van verhaaltjes, luisterde er graag naar, las ze graag, en bedacht ze later ook graag. Beetje overdosis fantasie meegekregen zeggen mijn ouders altijd. Ik schreef ook al vroeg gedichtjes die in de schoolkrant werden gepubliceerd en waarmee ik aan jeugdpoëziewedstrijden deelnam, enkele keren met succes. In Avelgem was in die tijd een nogal belangrijke wedstrijd, en ik heb daar eens de eerste prijs gewonnen met een gedicht dat qua stijl wel erg schatplichtig was aan Herman De Coninck. Toen ik met m’n Gorbatsjov-brief een beetje in de picture liep, wou Lannoo wel een verzameling van mijn gedichten en puberdagboekfragmenten uitgeven. Net op mijn zeventiende verjaardag verscheen “Gewoon Wat Vlooien Zoeken”. André Sollie maakte er erg mooie tekeningen voor. Ik heb er zelfs een prijs mee gewonnen aan de universiteit van Padua, Italië.

En toen begon je ook al columns te schrijven?

Sven: Ja, inderdaad, ik was zeventien, mijn eerste boekje was uit, en de mensen van Zanzibar, de jongerenpagina’s van Trouw, een grote Nederlandse krant, vonden het wel fijn, zo’n jong Vlaams schrijvertje. Ik mocht voortaan elke week een column schrijven. Ik verdiende er extra zakgeld mee, ik had plots een heel groot potentieel publiek, in het buitenland nog wel, en ik mocht doen wat ik zo graag deed: schrijven. Ik weet nog goed, er was toen nog geen internet, dat ik op zondagavond mijn stukje doorbelde naar de typiste van de krant. Jaja, zo oud ben ik.

Hoe lang schrijf je nu al voor Het Laatste Nieuws?

Sven: dat moet nu zo’n jaar of negen, tien zijn. Drie keer per week. En ik heb er nog nooit eentje over geslagen. Als ik op reis ben, schijf ik over die reis. En als ik ziek ben, dan heb ik het daar weer over. Wel herkenbaar toch. Iedereen is wel eens ziek.

Nooit eens te weinig inspiratie?

Sven: Eigenlijk niet. Ik heb natuurlijk het voordeel dat ik door mijn ochtendprogramma op de radio elke dag verplicht ben om zowat alle kranten te lezen en het nieuws op TV te volgen. Dus weet ik altijd wel iets in de actualiteit te vinden om mijn gedachten op los te laten. En als ik dan toch eens geen boeiend onderwerp vind, heb ik altijd wel inspiratie in mijn privéleven. Dan heb ik het over mijn oma of nichtjes, of over onze kat Clicquot.

Ja, die Clicquot lijkt wel een beetje je kindje he. Wel een vreemde naam voor een poes?

Sven: Clicquot is een kartuizer van 10 jaar oud. Hij heeft geel-oranje ogen, net als de etiketten en capsules van de heerlijke champagne “Veuve Clicquot”. Omdat ik al snel voelde dat het een beetje een aanstellerig dier was vond ik dat ik hem ook wel een beetje een dure naam moest geven. En toen een paar maand later z’n ballen er jammer genoeg onherroepelijk af gingen, klopte z’n naam helemaal: afscheid nemen van je mannelijkheid is ook wel een beetje weduwe, Veuve worden toch?

Je praat wel over je kat, maar zelden of nooit over je partner, waarom?

Sven: Ik ben de meest gelukkige mens die er is, ook privé, en dat wil ik lekker zo houden. Voor mezelf. En familie. En vrienden. Ik vind het wel fijn dat ik dat stukje privé lekker voor ons kan houden. En ben ik ook erg blij dat de Vlaamse pers daar respect voor toont. Ze vragen er wel eens naar, maar als ik vraag om niet over m’n relatie te schrijven dan doen ze dat ook. Tof! Maar wees gerust, ik ben geen eeuwige vrijgezel, integendeel, mister Happy zelfs at home ;-)

Dan maar over je radiopartner, eerst was er Erwin Deckers, nu al enkele jaren Kürt Rogiers. Wie is de leukste van de twee?

Sven: Hier komt een tweede joker. Dat kan ik echt niet zeggen omdat ik het ook niet weet. Ik heb supertoffe radiojaren gehad met Erwin Deckers. Onze radioshow “Deckers en Ornelis” was zo fijn om te doen, eerst bij radio Donna, later jarenlang bij Q-Music, de zender die we zelf hebben mogen oprichten. We maakten ochtendradio die we wel van buitenland kenden, met veel info en fun, maar die wel anders was dan de andere ochtendprogramma’s in die tijd, denk ik. Erwin is gewoon één van de beste radiomakers die ik ooit ben tegen gekomen, ik heb echt zoveel van hem geleerd. Logisch dat hij ook hiërarchisch zou gaan opklimmen. Maar met Kürt heb ik nu al enkele jaren een prima vervanger. Wat een brok optimisme is dat toch zeg. Kürt is gewoon een hele fijne vent, die zo’n indrukwekkend parcours heeft afgelegd op Tv en in films. Dat hij enkele jaren terug resoluut voor radio koos, omdat het medium hem echt boeide, vind ik heel straf. Intussen heeft hij het vak zo onder de knie. Elke ochtend weer een feestje.

Vanwaar jouw fascinatie met koken?

Sven: In eerste instantie heb ik een grote fascinatie voor wat lekker is. De heerlijke volkse maar daarom niet minder lekkere kost van mijn grootmoeders en mij mama hebben van mij gewoon een lekkerbek gemaakt. Ik heb gewoon een overdosis goesting meegekregen. En of ik nu ga eten bij een driesterrenchef of in een brasserie, als er maar met goesting, lekkere goeie producten en vakkennis wordt gekookt, dan ben ik al lang gelukkig. Koken heb ik beetje bij beetje geleerd. Nog altijd ben ik geen technisch geschoolde chef. Ik doe maar wat. Maar ik haal altijd lekkere producten in huis geen legbatterijkipjes in mijn keuken, ik ben het scharreltype!) en ik durf wel eens experimenteren. Dan mislukt er soms iets, maar vaak maak je ook gewoon een lekker gerechtje dat tot ieders (en vooral mijn eigen) verbazing ook nog ergens op slaat.

Nu heb je ook een roman geschreven in de culinaire sfeer? Logische keuze?

Sven: Ik schrijf al jaren columns en poëzie, de heerlijke sprint van de pen, maar het grote werk, de marathon onder het schrijven, een roman, dat kwam er maar niet van. Voornamelijk omdat ik vond dat ik een goede plot en een boeiende setting moest vinden. Toen ik in de zomer van 2010 ben gaan eten in de spectaculaire eettempel Osteria Francescana ( link: www.osteriafrancescana.it ) en de dag nadien onderweg was naar goede vrienden in Cingoli, kwam de inspiratie zomaar uit de zon gevallen. Ik zou een roman schrijven over een man die verslaafd raakt aan eten en proeven, en die alle mogelijke smaken in de wereld wil verzamelen. Twee dagen later ben ik beginnen schrijven in Firenze, drie a vier weken later, na dagen van twintig uur passioneel tikken op m’n laptop, was de eerste versie van m’n boek af. En nu ligt het dus in de winkel:"De Smaak Van Het Verlangen".

Wat is het beste wat je ooit gegeten hebt?

Sven: Ik heb al zo vaak zo lekker gegeten dat ik moeilijk kiezen kan. De verse grondwitloof gekweekt door mijn pepe Pierke (mijn grootvader die jammer genoeg al lang overleden is) bereid door m’n mama, met ham en kaassaus, was altijd legendarisch! De drie keer dat ik bij Peter Goossens at heb ik altijd beseft: veel beter dan dit bestaat er niet. Peter is gewoon top! Maar ik zal ook nooit het legendarische gerecht “Sound Of The Sea” van Heston Blumenthal in The Fat Duck vergeten. Of het sublieme bloedworstbrood in het Weense toprestaurant Steirereck.